Ode aan de vrouwen die de weg vrijmaakten
Lezing tijdens Vrouwenlunch - uitgesproken op 10 maart 2026 bij B.Amsterdam
Goedemorgen,
Het is opvallend hoe feminisme altijd in mijn leven aanwezig zijn geweest — ook al was mijn eerste baan bij Ajax. Het was een examenonderwerp bij geschiedenis, ik werkte voor Opzij en tijdens mijn studie moest ik onderzoek doen naar de rol van vrouwen in mijn eigen familielijn.
Ik moest mijn moeder en oma interviewen over liefde, geld, werk, seks, familie en vriendschap, en dat vergelijken met mijn eigen generatie. Mijn oma was al overleden voordat ik geboren werd — maar ik mocht mijn tante Marie ondervragen. Eerlijk gezegd: bij de vragen over seks durfde ik alleen te vragen of seks voor het huwelijk was toegestaan — aan mijn tante dan, want sommige dingen wil je echt niet van je eigen ouders weten.
Oma Van Der Jagt
Mijn oma heeft tien kinderen gebaard en had vijftig kleinkinderen, van wie ik de jongste ben.
Het leeftijdsverschil tussen het oudste en het jongste kleinkind is meer dan vijfendertig jaar. Soms voelt de wereld waarin zij leefde daardoor voor mij ook ver weg — en toch zijn het maar twee generaties.
Ze was katholiek en mocht alleen met een katholieke man trouwen. Ze behoorde tot de generatie die voor het eerst mocht stemmen, in 1919. Ze heeft twee wereldoorlogen meegemaakt. Veel ambitie — maar haar lichaam was zo op dat ze rond haar vijftigste overleed.
En toch: in de verhalen komt ze over als een aardse maar ook spirituele vrouw, geadoreerd door mijn opa, verbindend en een echte steunpilaar. Ze wilde creatief zijn. Maar de tijd was haar niet gegund.
Mijn moeder ging als tiener naar een van de laatste nonnenpensions aan de Lauriergracht in Amsterdam — rooms-katholiek, geleid door de Zusters van de Voorzienigheid.
Vroeg opstaan met gebed. Lessen overdag. Studie-uren in de avond. Toezicht door zusters. Je begrijpt het wel.
Toen ze mijn vader ontmoette, was de wet van Handelingsonbekwaamheid voor gehuwde vrouwen nog maar net afgeschaft — en er was weinig tot geen stimulans voor vrouwen om te gaan werken.
Kan je het voorstellen??
Tot de jaren 50 werd een vrouw handelingsonbekwaam wanneer ze ging trouwen. Daarmee werd ze geacht gehoorzaam te zijn aan haar man, mocht ze geen eigen bankrekening hebben, geen hypotheek aanvragen, niet in overheidsdienst werken, en had ze wettelijk gezien niets te zeggen over haar kinderen. Ook moest ze haar man om geld en toestemming vragen als ze bijvoorbeeld kleding of andere spullen wilde aanschaffen
En dan kom ik. Geboren in de jaren zeventig, en als tiener lanceerde de Nederlandse overheid een campagne met de titel :
Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.
Het was een tijd van nieuwe mogelijkheden — alleen was het rolmodel de mannelijke leider. Ik leerde al snel de spelregels: niet klagen, niet te gevat zijn, en leren hoe je het woord terugpakt.
In vergaderingen werd ik vaak onderbroken, en het was normaal dat iemand mijn verhaal of mijn idee overnam.
Dat gaf me regelmatig met het gevoel dat ik me moest zien te redden in een agressieve omgeving.
En toch — als ik me weer in zo’n situatie bevind, denk ik aan de vrouwen die de weg voor mij hebben vrijgemaakt.
Een van die vrouwen is Joke Smit. In 1967 schreef ze Het onbehagen bij de vrouw. Als werkende moeder had ze ontdekt dat de samenleving niet was ingericht voor vrouwen die gezin en een zinvolle carrière willen combineren. En dat meisjes al van jongs af aan werden ontmoedigd hun talenten te ontwikkelen — “want ze gingen toch trouwen.”
Ze schreef De moeder van Marie kan méér! — over volwasseneneducatie en pleitte voor een dertiguren-werkweek voor zowel mannen als vrouwen, zodat huishoudelijke taken eerlijker verdeeld konden worden.
Ze speelde een indirecte maar betekenisvolle rol in het ontstaan van de moedermavo, havo en vwo. Haar werk legde een belangrijk fundament. Er waren in die tijd nog heel wat vrouwen die toen zij tiener waren geen verder onderwijs na de lagere school of huishoudschool hadden gevolgd, of dit hadden afgebroken en daar op iets latere leeftijd spijt van kregen.
De lesuren voor de moedermavo werden voor de moeders gunstig aangepast aan die van de schoolgaande jeugd. Zo begon de les een kwartier later dan bij de basisscholen en eindigde die een kwartier eerder. Aan veel moedermavo's waren ook crèches en/of peuterspeelzalen verbonden. Hierdoor werd het voor moeders mogelijk zorg en opleiding te combineren.
Joke overleed in 1981, op achtenveertigjarige leeftijd. Ze leeft voort als iemand die een hele generatie vrouwen heeft geïnspireerd om hun leven anders in te richten dan van hen werd verwacht.
Ze was diep betrokken — en richtte samen met Hedy d’Ancona de organisatie Man-Vrouw-Maatschappij op. De samenwerking was bijzonder: Joke was geen geboren spreker en voelde zich het meest thuis als schrijver — haar visie omzetten in Nederlands beleid.
Hedy, met haar achtergrond in het studentencabaret, kon als geen ander met gevatheid en precisie debatteren.
Samen met Wim Hora Adema richtten ze het radicaal feministische tijdschrift Opzij op. Het blad werd van meet af aan als activistisch en pamfletachtig bedoeld. Ze stelden hun positie onomwonden: ‘Opzij gaat ervan uit dat vrouwen zijn achtergehouden en achtergebleven, en dat ze dat zelf nauwelijks in de gaten hebben.’
Ik heb zelf van 2007 tot 2010 bij Opzij gewerkt — eerst onder hoofdredacteur Cisca Dresselhuys, en later Margriet van der Linden. In de tijd van Cisca was het blad een pionier in het geven van een platform aan vrouwen als experts en opiniemakers in de media. Elk boek, elke film, elke geïnterviewde, elk stuk moest van een vrouw zijn.
Maar er was één uitzondering: de beroemde feministische meetlat. De enige rubriek waarin mannen werden geïnterviewd en op hun feminisme werden beoordeeld. Bekende politici, schrijvers en kunstenaars deden mee — en gaven toe toch een beetje zenuwachtig te zijn voor de uitslag.
Harry Mulisch kreeg een min drie. De koptekst: “Vriendschap met een vrouw ken ik niet.” Aan het einde van het gesprek vroeg hij Cisca: “Hoe was uw naam ook alweer?” — waarop zij hem zwijgend haar visitekaartje overhandigde.
Ruud Lubbers weigerde het interview — op advies van zijn woordvoerder, die terecht vreesde dat hij een flinke onvoldoende zou krijgen.
En Ad Melkert — voormalig minister van Sociale Zaken — scoorde een twee, en liet daarna vragen of er een mogelijkheid tot revanche was, en of hij de statuten en criteria voor de scores kon krijgen. Die waren er niet — Cisca deed het allemaal op haar eigen manier.
Eerlijk gezegd was ik zelf ook weleens een beetje zenuwachtig voor haar reactie. Briljant grappig, scherp, en een echte journalist — als je verhaal niet klopte, zag ze er dwars doorheen.
Mijn tijd bij Opzij heeft me echt geleerd om oprecht te zijn in wat je zegt en durf te hebben om een ander standpunt in te nemen.
Na Opzij werd mijn carrière gevormd door communicatiewerk voor een universiteit, een internationaal duurzaamheidslabel en de citymarketingorganisatie van Amsterdam. En nu werk ik als freelance communicatiemanager, energetisch coach en energy healer. Wat ik zie is dat mensen ontwaken, zich openen en de weg terugvinden naar hun eigen intuïtie.
In mijn werk zie ik de mannelijke en vrouwelijke energie in organisaties en in mensen — yin en yang. Twee krachten die we allemaal in ons dragen.
Yang is de energie van doen. Actief zijn, presteren, rationeel denken, jezelf naar buiten toe uiten.
Yin is de energie van zijn. Ontvangen, voelen, intuïtief luisteren, verbinding maken.
Je herkent het misschien in je eigen lichaam: de rechterhand — waarmee de meeste mensen schrijven — dat is yang. De linkerhand, dichter bij het hart, zachter en ondersteunend — dat is yin.
Wat ik fascinerend vind: onze hersenen werken gekruist. De rechterhersenhelft bestuurt de linkerkant van het lichaam, en de linkerhersenhelft de rechterkant.
Alsof de natuur ons al heeft bedraad om verschillende kwaliteiten in onszelf met elkaar te verbinden.
Maar we zijn opgegroeid in een wereld die yang beloonde.
Presteren, doorpakken, rationeel zijn. Veel vrouwen — en ook mannen — hebben hun yin, hun vrouwelijke energie, geleidelijk afgesloten. Niet uit zwakte, maar uit overleven.
Het gevolg? Te veel yang leidt tot controledrang, burn-out en hardheid. Te veel yin — zonder richting of daadkracht — kan leiden tot besluiteloosheid en zelfverlies. De kracht ligt in de balans tussen beide — en die balans kan worden hersteld. Want yin en yang zijn niet statisch: ze bewegen voortdurend in elkaar over. Balans is daarom ook een dans van mannelijke en vrouwelijke energie.
Mijn oma had die balans al in zich. Ze was aards én spiritueel, actief én verbindend. Maar de wereld liet haar niet volledig zijn.
Wij leven in een tijd die ons meer ruimte geeft om onszelf volledig te zijn. Ik ben dankbaar voor alle moeders en oma’s die daarvoor de weg hebben vrijgemaakt. Elke vrouw die haar balans vindt, maakt het pad een beetje breder voor de vrouw die na haar komt.
Ik wil eindigen met een ode aan de spelende vrouw!
Een tijdje geleden deelde een vriend deze video van een gedurfde vrouw in Amsterdam en het deed me glimlachen.
Daar staat ze... even haar balans vinden — en hup daar gaat ze. Dat gevoel. Die vreugde. Dat is wat ik voor ons allemaal wens. Fijne Vrouwendag 🤍